Martijn C. Koops, expert gamedidactiek

"Games en onderwijs gaan heel goed samen"

Gamedidactiek is de kunde om lessen en games op een zinvolle manier te verbinden. Spelen en leren liggen namelijk heel dicht bij elkaar. Je zou kunnen zeggen dat spelen de natuurlijke manier van leren is. Onderstaande figuur een toont een model voor de verhouding tussen spelen en leren. Het komt uit het boek Gamedidactiek. Het komt erop neer dat een speler in de gamecirkel intuïtieve kennis opdoet, en deze bewust verwerkt in de leercirkel. Zo kunnen, door een spel slim in te zetten, de ratio en intuïtie “gekoppeld” worden.

In de gamecirkel doorloopt een speler een intuïtief leerproces. Er is een speldoel dat de speler wil bereiken door een plan te maken, tot een actie over te gaan, de feedback van het spel te beoordelen en vervolgens direct, in-game, te reflecteren op de ervaring. Zo kan een speler razendsnel en onbewust ervaring opdoen in de spelwereld.

 

In de leercirkel, bekend van het ervaringsleren van Kolb, reflecteert een leerling op een ervaring (on ons geval op een speelervaring). Vanuit die reflectie wordt een abstract concept ontwikkeld, vaak met behulp van de docent die de theorie uitlegt. Daarna kan de leerling zelf op basis van de nieuwe kennis kiezen om iets te gaan proberen, en een nieuwe ervaring op te doen.

 

Afhankelijk van het spel en de manier waarop het in de les wordt ingezet kun je ruwweg vier speltypen definiëren:

  • Kennisspel: Speler speelt spelletje en heeft daarvoor kennis uit de leercirkel nodig.
  • Oefenspel: Speler leert intuïtief, in het spel, geen kennis nodig.
  • Begripsspel: Speler leert een concept in de leercirkel (les) en ontwikkelt een gevoel (dieper intuïtief begrip) in de gamecirkel. Intuïtieve en expliciete kennis worden gekoppeld.
  • Verkennend spel: Speler speelt in de gamecirkel en vertoont daar eigen, authentiek, gedrag, en reflecteert daarop in de leercirkel. Intuïtief gedrag wordt zichtbaar gemaakt voor de speler